Festival of Lessons and Carols

Oorsprong van een Festival of Lessons and Carols

De geschiedenis van een Festival of Lessons and Carols gaat deels terug naar Kerstavond 1880. Toen organiseerde de bisschop van Truro (Cornwall) een dienst in een houten schuur, die vooral was bedoeld om mannen uit de cafés te houden. De populariteit was zo groot dat spoedig andere kerken dit voorbeeld volgden. Later werd de liturgie aangepast met elementen uit de Metten: het nachtgebed in het klooster. De psalmen en responsories die daar werden gezongen verving men door gemakkelijke liederen – veelal uit de volkstraditie (carols) – zodat de officiële liturgie ook voor de ‘gewone’ kerkganger toegankelijk kon worden gemaakt. In de twintigste eeuw werden de diensten in de kapel van King’s College in Cambridge wereldberoemd. Tal van andere Christelijke kerken hebben deze liturgische vorm tot onderdeel gemaakt van hun kerstviering. Ook buiten Engeland zijn de laatste decennia de ‘Lessons and Carols’ een geliefde vorm geworden om oecumenisch-breed het Kerstfeest voor te bereiden.

In de negen lezingen van de dienst – van het scheppingsverhaal tot aan de geboorte van Jezus – wordt in grote lijnen de Christelijke heilsgeschiedenis verteld. Deze lezingen worden afgewisseld met algemeen bekende kerstliederen, veelal uit de Engelse traditie. Het openingslied is traditiegetrouw ‘Once in royal David’s city’.

Medewerking wordt verleend door:

lector, soliste Brecht Jaasma, organist Hessel Jaasma

Het geheel wordt muzikaal ondersteund door kamerkoor Con Amore Musica, onder leiding van Gerard van Beijeren.